Pestprotocol

Pestprotocol Paulusschool

 Voorwoord

Hoe zit het met pesten op de Paulusschool?

Pesten is duidelijk een probleem dat continu onze aandacht verdient.
Op de Paulusschool begeleiden we de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen met behulp van “de Vreedzame School”. De handvatten van “de Vreedzame School” zijn hiervoor zeer geschikt. Het is een goed structureel middel om pestgedrag minimaal te houden.

Wordt er dan niet gepest op de Paulusschool? Helaas wel, het is een onderdeel van het menselijk gedrag waar we rekening mee moeten houden.

Daarom letten we er goed op en bespreken we incidenten met de betrokken kinderen en zo nodig met ouders. Samen zoeken we dan naar een oplossing. Tenslotte kan dit protocol als uiterste consequentie schorsing van de betrokken leerling door het MT tot gevolg hebben.

Hoe kan je vanuit de thuissituatie helpen om pestgedrag en agressie te beperken? Stimuleer je kind om erover te praten. Informeer de school (leerkracht en Management Team) zo precies mogelijk over wat er tussen wie gebeurd is. Wij zullen hier altijd discreet mee omgaan.

INHOUD

  1. Waarom een pestprotocol?
  1. Achtergrondinformatie

2.1               Wat verstaan wij onder pesten?

2.2               Kenmerken van de pestkop

 2.3               Kenmerken van de gepeste

2.4               Signalen, die wijzen op pestgedrag

  1. Op welke wijze wordt in onze school gewerkt aan het voorkomen van pestgedrag?

Hoe wordt er gehandeld in situaties, waarin pestgedrag wordt gesignaleerd?

  1. Welke gedragsregels worden in de groep gehanteerd?
  1. Bij dit protocol behorende hulpmiddelen en informatiebronnen

 

Bijlagen

Bijlage 1:  protocol correctiegedrag

                Bijlage 2 : protocol Time out, schorsing en verwijdering

                Bijlage 3:  zinvol straffen binnen “de Vreedzame School”

  1. Waarom een pestprotocol?

Onze visie ten aanzien van onze school:

Als Paulusschool willen wij een afspiegeling zijn van de totale maatschappij waarin wij leven. Een maatschappij die democratisch is, waarin mensen voor hun mening mogen en durven uitkomen, en elkaars mening en ideeën kunnen respecteren. Het grote belang van het kunnen en willen leven in een maatschappij waarin niet gediscrimineerd wordt op basis van geloofsovertuiging, culturele achtergronden, nationaliteit, of op welke wijze dan ook staat in ons onderwijs voorop.

Het is in onze ogen van groot belang, dat de kinderen zich in onze school thuis voelen. Wij streven naar een prettige, ontspannen en open sfeer, waarin de kinderen zich gerespecteerd voelen, en ervaren dat er voor iedereen, ongeacht capaciteiten en vaardigheden, de nodige belangstelling en aandacht is. Een dergelijke werksfeer, ook wel pedagogisch klimaat genoemd, vormt een basisvoorwaarde voor het bereiken van goede onderwijsleerresultaten en een positieve ontwikkeling van de kinderen. Belangrijk kenmerk binnen dit pedagogisch klimaat is dus een kindvriendelijke onderwijsleeromgeving, waarbij een gevoel van veiligheid en geborgenheid bij de kinderen de grondslag vormt.

Binnen de school doen zich buitengewoon veel situaties voor, waarin kinderen zich heel kwetsbaar opstellen binnen de leerlinggroep, of bijvoorbeeld bij het spelen op het plein. Situaties, die gemakkelijk kunnen leiden tot gevoelens van ontevredenheid, jaloezie en je achtergesteld of zelfs genegeerd voelen. Dergelijke situaties kunnen makkelijk leiden tot pestgedrag. Er wordt een slachtoffer gezocht en gevonden. Er worden nog wat meelopers gevonden, en de basis voor een pestsituatie, met alle negatieve gevolgen van dien, is gelegd en kan worden opgestart.

Pestgedrag is een niet te ontkennen fenomeen, dat zich voordoet bij zowel kinderen als bij volwassenen. Een fenomeen dat zich op een brede schaal voordoet, niet alleen binnen het gezin, in de hobbyclub,  de voetbalvereniging en in en rondom de school, maar ook op een nog veel bredere schaal binnen de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan pestgedrag van volwassenen binnen de werkomgeving. Ook internetpesten behoort hiertoe.

Met behulp van dit pestprotocol willen wij het pestgedrag binnen onze school niet alleen aanpakken nadat een pestsituatie is gesignaleerd, maar ook pestgedrag voorkomen, door dit gedrag met al zijn aspecten, gevolgen en de erbij horende rollen van pester, meeloper en gepeste bespreekbaar te maken.

Vanuit “de Vreedzame School” zijn  afgesproken regels in de leerlinggroepen duidelijk zichtbaar opgehangen, en met de kinderen besproken.  In de gangen van de school zijn afspraken van “de Vreedzame School” duidelijk zichtbaar opgehangen. Bij de aanpak van gesignaleerd pestgedrag worden ook de ouders intensief betrokken, omdat pestgedrag zich niet alleen hoeft te beperken tot de school en omdat oorzaken van pestgedrag  niet alleen binnen de school, maar vaak ook buiten de school kunnen liggen.

Dit pestprotocol is een middel om de volgende doelstellingen te bereiken:

  • De leerkrachten kunnen het pestgedrag signaleren en onderkennen.
  • Het pestprotocol vormt een plan van aanpak ten aanzien van:

–              Het voorkomen van pestgedrag

–              Het tijdig signaleren van pestgedrag

–              Het remediëren van pestgedrag

–              De samenwerking tussen ouders en school om pestgedrag te voorkomen en te                 remediëren

Met dit pestprotocol hopen wij als leerkrachten van onze school, samen met de leerlingen en ouders een positieve en effectieve bijdrage te kunnen leveren aan het voorkomen en bestrijden van pestgedrag.

2.            Achtergrondinformatie

2.1          Wat verstaan wij onder pesten?

Het verschijnsel pesten is een zondebokfenomeen. Dit houdt in dat leden van een groep om een bepaalde reden een soortgenoot mishandelen. Een fenomeen dat niet alleen bij mensen voorkomt, maar ook in de dierenwereld bij bijvoorbeeld kippen, apen en katten is aangetoond. Pesten  heeft duidelijk andere kenmerken dan plagen. Uit een plaagsituatie kan echter een pestsituatie voortvloeien.

Een duidelijk overzicht van de kenmerken van PLAGEN en PESTEN, en de gevolgen van dit gedrag vormt een basis voor het signaleren van pestgedrag:

Pesten en plagen, waar zit het verschil?

PLAGEN

l  Is onschuldig, en gebeurt onbezonnen en spontaan. Gaat soms gepaard met humor.

l  Is van korte duur, of gebeurt slechts tijdelijk.

l  Speelt zich af tussen ‘gelijken’ (‘Twee honden vechten om hetzelfde been’).

l  Is meestal te verdragen, of zelfs leuk maar kan ook kwetsend of agressief zijn.

l  Meestal één tegen één.

l  Wie wie plaagt, ligt niet vast. De tegenpartijen wisselen keer op keer.

GEVOLGEN

l  ‘Schaafwond’ of korte draaglijke pijn (hoort bij het spel). Wordt soms ook als prettig ervaren (‘Plagen is kusjes vragen’).

l  De vroegere relaties worden vlug weer hersteld. De ruzie of het conflict wordt spoedig bijgelegd.

l  Men blijft opgenomen in de groep.

l  De groep lijdt er niet echt onder.

PESTEN

l  Gebeurt berekenend (men weet meestal vooraf goed, wie , hoe en wanneer men gaat pesten). Men wil bewust iemand kwetsen of kleineren.

l  Is duurzaam: het gebeurt herhaaldelijk, systematisch en langdurig (stopt niet vanzelf en na korte tijd).

l  Ongelijke strijd. De onmachtsgevoelens van de gepeste staan tegenover de machtsgevoelens van de pestkop.

l  De pestkop heeft geen positieve bedoelingen en wil pijn doen, vernielen of kwetsen.

l  Meestal een groep (pestkop en meelopers) tegenover één geïsoleerd slachtoffer.

l  Er bestaat een neiging tot een vaste structuur. De pestkoppen zijn meestal dezelfden, net zoals de slachtoffers (mogelijk wisselend door omstandigheden).

 

 

 

 

 

 

 

GEVOLGEN

l  Indien niet tijdig wordt ingegrepen, kunnen de gevolgen (zowel lichamelijk als psychisch) heel pijnlijk en ingewikkeld zijn en ook lang naslepen.

l  Het is niet gemakkelijk om tot betere relaties te komen. Het herstel verloopt heel moeizaam.

l  Isolement en grote eenzaamheid bij het gekwetste kind. Aan de basisbehoefte om ‘bij de groep te horen’ wordt niet voldaan.

l  De groep lijdt onder een dreigend en onveilig klimaat. Iedereen is angstig, en men wantrouwt elkaar. Er is daardoor weinig openheid en spontaniteit. Er zijn weinig of geen echte vrienden binnen de groep.

2.2               Kenmerken van de pestkop kunnen zijn:

Alhoewel wij niet zomaar iemand een etiket van ‘pestkop’ kunnen opplakken op basis van een of meer van de volgende kenmerken is toch in de praktijksituatie gebleken, dat bij kinderen die pesten, vaak één of meer van de volgende kenmerken opvallen:

  • Staat vrij positief tegenover geweld, agressie, en het gebruik van stoere taal.
  • Imiteert graag agressief gedrag.
  • Is vlugger agressief, gebruikt meer geweld.
  • Lijkt assertief: zegt spontaan wat hij denkt of voelt. Komt uit voor zijn mening.
  • Is vrij impulsief.
  • Heeft de neiging anderen te overroepen of te domineren om controle te houden, maar is misschien minder zeker dan het lijkt.
  • Wil het middelpunt zijn en is vlug jaloers.
  • Is meestal fysiek sterker of omringd door sterke vrienden die zijn gezag respecteren.
  • Heeft moeite met regels en grenzen
  • Schat situaties verkeerd in.
  • Schat de gevolgen van zijn gedrag verkeerd in.
  • Heeft het moeilijk met stress of spanning, die van buitenaf wordt opgelegd (proefwerken, agressie van ouders, etc.).
  • Lijdt vaak aan een negatieve faalangst.
  • Hoe onveiliger hij zich voelt, hoe groter de behoefte aan een zondebok.
  • Is niet noodzakelijk dommer of slimmer dan de rest.
  • Geniet respect uit angst en niet uit waardering.
  • Heeft een zwak inlevingsvermogen, is vooral met zichzelf bezig en houdt geen rekening met anderen.

2.3          Kenmerken van de gepeste kunnen zijn:

Alhoewel wij niet zomaar iemand een etiket van ‘gepeste’ kunnen opplakken op basis van een of meer van de volgende  kenmerken, is toch in de praktijksituatie gebleken, dat bij kinderen die gepest worden, vaak een of meer van de volgende kenmerken opvallen:

  • Houdt niet van geweld en agressief of onbeschoft taalgebruik.
  • Weet niet hoe hij met agressie van anderen om moet gaan.
  • Is meestal fysiek zwakker.
  • Is eerder in zichzelf gekeerd.
  • Is geneigd zich onderdanig of gedienstig te gedragen.
  • Is onzeker in zijn sociale contacten.
  • Durft niet op te komen voor zichzelf.
  • Heeft vaak een lage dunk van zichzelf en gelooft uiteindelijk, dat hij het verdient om gepest te worden.
  • Voelt zich vaker eenzaam dan andere kinderen.
  • Voelt niet goed aan, welke regels of normen er binnen de groep gelden.
  • Reageert niet op de gepaste manier op druk: Begint te huilen, of gedraagt zich slaafs, gaat klikken of vleien, probeert zich vrij te kopen met snoep of geld, probeert de pestkoppen na te bootsen, maar faalt daarin.

Bron: Eduforce

 

2.4          Signalen, die wijzen op pestgedrag

Vaak kunnen door middel van een goede observatie al bepaalde signalen van pestgedrag worden opgevangen. Door het goed observeren van kinderen in de verschillende onderwijsleersituaties en spelsituaties kunnen pestsituaties al in een vroeg stadium worden gesignaleerd en kan op gepaste wijze worden ingegrepen.

Signalen bij de gepeste:

 

  • Het kind heeft blauwe plekken, of schrammen, gescheurde kleren, beschadigde boeken, en ‘verliest’ sportkleren en eigendommen. Let zeker op, als het kind normaliter niet slordig is. Ook als het niet weet hoe de signalen er gekomen zijn, of excuses zoekt, is er vaak meer aan de hand.
  • Het kind maakt zich het liefst onzichtbaar. Zelfs zonder zichtbare aanleiding gedraagt het zich als een geslagen hondje. Het is vaak verdrietig of neerslachtig, of heeft onverwachte stemmingswisselingen met driftbuien.
  • In sommige gevallen is het onhandelbaar, agressief en overspannen.
  • Het staat dikwijls alleen op de speelplaats; er komen geen vriendjes thuis om te spelen en het wordt  ook niet uitgenodigd om te komen spelen, of te komen op feestjes en logeerpartijen.
  • Het kind zoekt het veilige gezelschap van de leerkracht of de leider.
  • Als er groepjes worden gekozen, wordt het kind als laatste gekozen, of het blijft over.
  • De schoolresultaten worden opeens veel slechter.
  • Het kind is vaak afwezig, letterlijk of figuurlijk. Het vlucht weg in de fantasie en zorgt ervoor dat het zo nipt mogelijk op tijd op school komt, en is meteen na de bel weer weg. Op zondagavond of voor het kind naar een club moet, is het bijzonder gestresst, en zoekt redenen om niet naar school of naar de club te moeten.

Signalen bij de pestkop:

  • Het kind heeft blauwe plekken of schrammen en besmeurde of gescheurde kleren van de slachtoffers, die zich hebben verdedigd.
  • Zijn vriendjes zijn volgzame meelopers, die wachten op instructies van de pestkop.
  • Het kind vindt het moeilijk om samen te spelen of samen te werken, omdat het altijd de baas wil zijn.
  • Het verdraagt het slecht om afhankelijk te zijn van het toeval, of van de bekwaamheid of onbekwaamheid van anderen.
  • Het kind verdraagt geen kritiek en wordt boos als zijn positieve beeld van zichzelf ter discussie wordt gesteld, al is het ook maar door een grapje.
  • Zijn vriendjes zijn gelijkgezinden. Ze spreken vaak negatief of kleinerend over bepaalde kinderen. Wie niet bij de groep hoort, is een zwakkeling of zelfs een vijand. Ze kiezen agressieve idolen uit sport, muziek of film.
  • De pestkop is regelmatig brutaal tegenover een zwakker gezinslid. Dit kan ook een ouder zijn.
  • De pestkop kan zich moeilijk inleven in de gevoelens van anderen en heeft weinig of geen schuldgevoelens.
  • Het kind kan moeilijk grenzen aanvaarden die door anderen worden opgelegd en verdraagt geen kritiek.
  • Je krijgt de indruk, dat het kind een dubbelleven leidt: thuis of tegenover de leraar is het volgzaam en braaf, maar je hoort klachten over het kind in onbewaakte momenten.

 

 

  1. Op welke wijze wordt in onze school gewerkt aan het voorkomen van pestgedrag?

Ter voorkoming van pestgedrag zijn in onze school de volgende maatregelen genomen en wordt in onze school de volgende werkwijze gehanteerd.

      1. In alle leerling groepen worden duidelijke groepsregels gehanteerd, die met de leerlingen worden besproken. In groep 3 t/m 8 zijn de groepsregels volgens de leidraad van “de Vreedzame School” op schrift gesteld en hangen duidelijk zichtbaar voor alle leerlingen aan de wand van het lokaal.
      1. In alle groepen worden duidelijke gedragsregels ten aanzien van ‘pestgedrag’ gehanteerd, die met de leerlingen worden besproken. Hiervoor gebruiken we de methode “”de Vreedzame School””
      1. In de groepen 1 en 2 worden de groepsregels en de gedragsregels ten aanzien van ‘pestgedrag’ uitgebreid besproken in kringgesprekken, en worden situaties van ‘pestgedrag’ en situaties waarin de gedragsregels worden overtreden, tijdens het werken in de verschillende werkhoeken direct aangepakt. In het rollenspel wordt in dergelijke situaties gehanteerd. Ook in deze groepen zijn de gedragsregels op schrift gesteld en duidelijk zichtbaar aan de wand van het lokaal opgehangen.
      1. Positief gedrag van leerlingen wordt gecomplimenteerd en op deze wijze beloond. Wij noemen dit vanuit de ‘vreedzame school’ de “opsteker”.
      1. In kringgesprekken, en in de lessen ‘Sociaal-emotionele vorming’ , wordt vanuit de ‘Vreedzame school’ gericht aandacht besteed aan hoe je met elkaar omgaat en hoe je een oplossing kunt zoeken voor pestgedrag.
      1. Het bevorderen van wederzijds respect en waardering van de leerlingen onderling vanuit “de Vreedzame School”.
      1. De leerkrachten hebben kennis en inzicht m.b.t. alle aspecten van pestgedrag, en zijn vaardig in het signaleren en voorkomen van pestgedrag. Alle leerkrachten gebruiken “de Vreedzame School”.
      1. Op ouderavonden en groepsavonden wordt, afhankelijk van de situatie, thematisch aandacht besteed aan alle aspecten van de ”Vreedzame school”.
      1. Er is gedurende een kwartier voor de aanvang van de lessen, en gedurende de pauzes toezicht op het schoolplein, waarbij duidelijke gedragsregels en afspraken worden gehanteerd.
      1. In alle groepen wordt eenmaal per week een les sociaal-emotionele vorming gegeven door middel van het programma met behulp van spelletjes en oefeningen uit “de Vreedzame School”.
      1. Tweemaal per schooljaar wordt in de groepen 5 t/m 8 door middel van “de Vreedzame School” een veiligheidsthermometer gemaakt en met de leerlingen besproken. Deze ‘veiligheidsthermometer’ kan voor de leerkracht aanleiding zijn om op groepsniveau aandacht te besteden aan het terugkomen op regels en afspraken.
    1. 1 keer per jaar afname van VISEON  
  1. Hoe wordt er gehandeld in situaties, waarin pestgedrag wordt gesignaleerd?

De ‘vreedzame school’ gaat er van uit dat we op de Paulusschool pestsituaties aanpakken voordat het pestprotocol in werking treedt. Hiervoor verwijzen we naar ons beleidsstuk over “de Vreedzame School”. In situaties, waarin pestgedrag wordt gesignaleerd wordt het volgende stappenplan gehanteerd:

Waarschuwingsfase

De betreffende leerling wordt gewaarschuwd en bespreekt samen met de leerkracht de gesignaleerde pestsituatie. De leerling is op de hoogte van het feit, dat na deze waarschuwing bij een volgende pestsituatie ouders geïnformeerd worden. 

Handelingsfase

  1. De leerkracht maakt een schriftelijk verslag van de pestsituatie. Dit verslag wordt in de dossier in Parnassys van de leerling opgeborgen.
  2. Er volgt, indien nodig, een gesprek met de gepeste, de pestkop, en de volgelingen, buiten de groep .
  3. De pestsituatie wordt in kringgesprekken binnen de betreffende groep(en) besproken.
  4. De pestsituatie wordt in het team besproken
  5. De leerkracht(en) van de betrokken leerling(en) bespreekt(bespreken) de pestsituatie met de betrokken ouders.
  6. De betrokken ouders krijgen achtergrondinformatie over pestgedrag en handreikingen met betrekking tot de aanpak van het pestgedrag  (Informatie uit: Pesten, gedaan ermee, Gie Deboutte).
  7. Er wordt door de leerkracht een plan van aanpak opgesteld, dit wordt besproken met ouders en er worden afspraken ten aanzien van het gedrag van de betrokken leerlingen gemaakt. Dit handelingsplan wordt schriftelijk vastgelegd en in het dossier  van de leerling in Parnassys.
  8. In die situaties, waarin de remediëring van het pestgedrag problemen geeft, wordt indien nodig de assistentie van een of meer hulpverlenende instanties ingeschakeld.

Indien de leerkracht door bepaalde factoren of omstandigheden niet een duidelijke analyse van de pestsituatie kan maken en er geen duidelijkheid ontstaat over de rollen van de betrokkenen (pester, gepeste, volgelingen) wordt, na overleg met en toestemming van de ouders, externe hulp via de IB-er ingeschakeld, om als onafhankelijke derde een duidelijke analyse te maken. 

  1. Welke gedragsregels worden in de groep gehanteerd?

Binnen de groep hanteren we de gedragsregels voor de hele groep , daarnaast zijn er algemene regels voor de gehele school. 

  1. Bij dit protocol behorende hulpmiddelen en informatiebronnen

–      Onderwijsleermethode sociaal-emotionele vorming (vreedzame school)

–      VISEON

Achtergrondinformatie voor leerkrachten en ouders:

–      Pesten, gedaan ermee…, Gie Deboutte

–      Pesten; wat is het, wat doe je eraan?, Gie Deboutte

–      Eerste hulp bij gedragsproblemen, Luc Koning

 Bijlage 1              Protocol correctiegedrag

Op de Paulusschool gelden er regels voor onze leerlingen. Enerzijds zijn er de algemene gedragsregels en anderzijds zijn er de afspraken die we met individuele leerlingen of met groepen maken op basis van “de Vreedzame School”.

Het is belangrijk voor zowel de leerlingen als de begeleiders / teamleden om te weten hoe de regels nageleefd worden en wat de consequenties zijn als ze niet nageleefd worden.

Om niet allemaal iets anders te doen en zo onduidelijk te zijn naar de leerlingen volgt hier de manier waarop je als teamlid met het niet naleven van regels en afspraken om moet gaan;

1estap / overtreding

Leg de regel uit. Je maakt met elkaar een afspraak om herhaling te voorkomen. Laat de leerling dit zelf verwoorden zodat je zeker weet dat het duidelijk is. Geef positieve feedback als het goed gaat!

2estap / overtreding

Afhankelijk van je eigen inschatting de leerling naar het MT sturen. Er volgt een corrigerend gesprek bij de het MT waar een nieuwe afspraak uit volgt. Het MT koppelt dit meteen aan je terug.

In dit gesprek kondigt het MT altijd aan dat de volgende stap is dat de ouders gewaarschuwd worden.

3estap / overtreding

De leerling wordt uit de klas verwijderd voor zolang als het nodig is en ouders worden op de hoogte gesteld en uitgenodigd door de het MT voor een afspraak.

Deze afspraak is in principe voor een gesprek met de leerkracht maar zal naargelang de zwaarte van het probleem door de het MT begeleid worden.

Indien het probleem niet opgelost kan worden in samenwerking met ouders zal de het MT verdere stappen ondernemen en die vooraf met betrokkenen bespreken.

Blijf het probleem altijd positief benaderen maar gebruik je eigen inzicht om te bepalen of je niet meteen naar stap 2 of  3 moet gaan naargelang de situatie. Overleg met collegae of de het MT wat te doen.

 Specifieke situaties

– weglopers

– werk weigeren/niet aanspreekbaar

– fysiek geweld

– verbaal geweld

 Bijlage 2              Protocol time-out, schorsing en verwijdering.

Stappenplan bij aanhoudend storend en/of agressief gedrag (verbaal of lichamelijk)

Voor de ontwikkeling van kinderen is een veilige omgeving van essentieel belang. Om deze veilige omgeving te vormen is het pedagogisch klimaat binnen de groep en de school het uitgangspunt. Dit heeft binnen alle scholen van Kans & Kleur de aandacht. Vanuit de visie op het pedagogisch klimaat is er een pedagogische huisstijl per school, er zijn schoolafspraken en groepsregels. Vanuit het pedagogisch klimaat gaat een preventieve werking gericht op het gedrag. Het kan echter voorkomen dat een leerling zich niet (kan) houden aan de afgesproken regels, de sancties die hiervoor gelden zijn ook binnen de school afgesproken, uiteraard kunnen er individuele verschillen tussen de leerlingen zijn. Als deze sancties niet voldoende werken dan zal de school verdere maatregelen nemen. In dit protocol staan de maatregelen die gelden voor alle scholen van Kans & Kleur en waar alle scholen zich aan dienen te houden. Uitgangspunt is dat de scholen maximale inzet plegen om time-out, schorsing en verwijdering te voorkomen.

We gaan over op het stappenplan van time-out, schorsing of verwijdering:

• Nadat is gebleken dat de school specifieke sancties onvoldoende effect hebben op het gedrag van de leerling;

• Wanneer kinderen aanhoudend wangedrag of storend gedrag vertonen en hiermee de veiligheid van zichzelf en/of van anderen in het gevaar brengt;

• In extreme situaties, waarbij de aanwezigheid van de leerling als lichamelijk of psychisch bedreigend wordt ervaren door medeleerlingen en / of medewerkers.

• Ernstig wangedrag van de ouder(s) waardoor de ouders een bedreiging vormen voor de orde, rust en/of veiligheid op school.

• Gedrag van ouders waardoor er geen samenwerking mogelijk is.

Onder wangedrag verstaan wij o.a.: Verbaal: schelden – schreeuwen- bedreigen Non-verbaal: slaan – schoppen – spugen- duwen Handelingen: stelen – dealen – gevaarlijke voorwerpen zoals messen meenemen

Onder storend gedrag verstaan wij o.a.: Gemaakte afspraken in de klas en of de school herhaaldelijk negeren, hierin niet gecorrigeerd kunnen worden en brutaal zijn naar de medewerkers. Niet naar de medewerker toe gaan als hij of zij dit vraagt, weglopen uit de school of van het plein.

HET STAPPENPLAN DAT WIJ HANTEREN:

1. De laatste waarschuwing. Bij herhaling van bovenstaande gedrag zoals hierboven benoemd, brengen wij de ouders op de hoogte. Wij overhandigen het beleid rond schorsing en verwijdering. De leerling krijgt de laatste waarschuwing. De stappen die vooraf gaan aan de laatste officiële waarschuwing is school eigen beleid.

2. Time-out Vindt er nogmaals hetzelfde gedrag plaats, waar de leerling op aangesproken is, dan gaan we over tot een time-out, het besluit hiertoe neemt de directeur. Dit betekent dat de leerling 1 dag de toegang tot de school ontzegd wordt. De leerling krijgt huiswerk mee. Dit verzorgt de leerkracht.
De directeur brengt de ouders op de hoogte. Er komt een schriftelijke melding van de time-out voor de ouders en in het dossier van de leerling, hierin wordt verwezen naar het beleid. Wij vermelden het incident in de incidentenregistratie. Daarnaast wordt vermeld wat de gevolgen zijn als de leerling een tweede time-out krijgt.

3. Tweede time-out Bij de tweede time-out worden de leerplichtambtenaar en het college van bestuur op de hoogte gebracht. De directeur en intern begeleider overleggen met de voorzitter van het begeleidings- ondersteuningsteam welke maatregelen er genomen worden om de derde keer te voorkomen en om te bekijken wat we doen bij een eventuele schorsing. Daarnaast wordt vermeld wat de gevolgen zijn als de leerling een derde time-out krijgt.

4. Derde time-out Er wordt maximaal 3x tot een time-out over gegaan. Na de derde keer worden ook de ouders opnieuw op de hoogte gebracht van het beleid en de gevolgen van deze derde time-out.

5. Schorsing Bij de 4e keer wordt overgegaan tot een schorsing*. Artikel 40c WPO is hier van toepassing. Dit is een tijdelijke verwijdering van maximaal 5 schooldagen, waartoe wordt overgegaan na overleg tussen leerkracht, intern begeleider, directeur en voorzitter college van bestuur. Het besluit tot schorsing wordt genomen door de voorzitter college van bestuur. De leerling krijgt huiswerk mee, dit wordt verzorgd door de leerkracht. Twee keer in de week komt de leerling naar school voor instructie. De ouders worden op de hoogte gebracht door de directeur. In het schorsingsbesluit worden de redenen van schorsing, de ingangsdatum en de duur van de schorsing aangegeven. Als de ouders het niet eens zijn met de inhoud van het besluit, kunnen zij binnen zes weken na dagtekening een bezwaarschrift indienen. Deze bezwaarclausule is opgenomen in het besluit. Een schorsing wordt vervolgens schriftelijk medegedeeld aan de ouders, de leerplichtambtenaar en het college van bestuur van Kans & Kleur. De inspectie wordt op de hoogte gebracht middels het formulier op de site van de inspectie (internet schooldossier). De week van de schorsing wordt gebruikt om met ouders en andere deskundigen te bekijken hoe en waar de leerling het beste verder onderwijs kan volgen, hierbij kan de voorzitter van het begeleidingsondersteuningsteam betrokken zijn. Daarnaast wordt besproken wat de gevolgen zijn als de leerlingen opnieuw op zijn gedrag wordt aangesproken.

6. Verwijdering, artikel 40 lid 11 Wpo is van toepassing. Als er na de schorsing geen verbetering in het gedrag is en er nog geen andere oplossing gevonden is dan kan bij het volgende ontoelaatbare gedrag worden overgegaan tot verwijdering. In het voornemen tot verwijdering, nodigt het bestuur de ouders uit voor een gesprek alvorens over te gaan tot een besluit. Een besluit tot verwijdering is pas mogelijk nadat een andere school (BO of S(B)O) is gevonden om de leerling op te nemen of dat aantoonbaar is dat het bevoegd gezag, gedurende 8 weken, er alles aan heeft gedaan om de leerling elders geplaatst te krijgen. De ouders hebben ook hier een bezwaarmogelijkheid. Als er bezwaar is gemaakt, dan beslist het bevoegd gezag binnen 4 weken.

Bijlage 3              Zinvol straffen op “de Vreedzame School”

(Achtergrond informatie voor leerkrachten)

 Zinvol straffen, of: hoe corrigeer ik gedrag van kinderen?

Leo Pauw, Utrecht juni 2002

Visie op straffen

Bijna elke leerkracht geeft wel eens straf. “de Vreedzame School” is een programma dat erop gericht is een klimaat in de klas en in school te creëren waardoor straf niet vaak nodig is. Toch zullen er altijd situaties zijn waarbij kinderen de regels (ook al zijn ze door hen zelf geformuleerd) overtreden. Bij ernstige overschrijdingen van de grenzen zijn maatregelen of straffen nodig. Maar hoe zinvol is straf eigenlijk? En wat is het verschil tussen een zinloze en een zinvolle straf?

Waarom geven we eigenlijk straf? Met welk doel?

  • Stoppen van ongewenst gedrag (nu moet er een einde aan komen)
  • Herstellen van de rust (in de groep of op het plein)
  • Veranderen van gedrag (herhaling voorkomen; de leerling leert er van).

De eerste twee doelen worden vaak wel bereikt met een straf zoals eruit sturen, strafwerk, nablijven. Maar voor het veranderenvan het gedrag is meer nodig. De vraag is dus: hoe bereik je dat? De meeste straffen worden door leerlingen als dwang ervaren. Het meest positieve gevolg is dat een leerling zich schikt. Straf leidt dan tot meegaandheid: het volgen van de regels uit angst voor maatregelen. Het grote bezwaar is dat een meegaande leerling niet zelf nadenkt, niet reflecteert op zijn of haar eigen gedrag, op alternatieven voor dat gedrag.

Alle mensen (en leerlingen) hebben drie psychische basisbehoeften:

  • relatie (de behoefte erbij te horen)
  • autonomie (de behoefte zelf verantwoordelijk te zijn en zelf keuzes te kunnen maken)
  • competentie (de behoefte iets te kunnen en daarom gewaardeerd te worden)

Straf is kritiek. Natuurlijk is het bedoeld als kritiek op het gedrag, maar het wordt vaak gezien als kritiek op de persoon. (Soms is dat ook zo). Met straffen gebeurt er vaak het volgende:

  • de relatiewordt verbroken: de leerkracht zegt: “ga jij maar weg; jou wil ik even niet meer zien.”
  • er is geen sprake van autonomie: je dwingt een leerling iets te doen tegen zijn of haar zin; er is geen sprake van eigen verantwoordelijkheid of keuze.
  • het gevoel van competentieis tot het nulpunt gedaald: “de juf/meester vindt mij een vervelend kind; ik kan niets; ik doe het nooit goed”

Wil een straf zinvol zijn, dan zal met het geven van de straf toch voldaan moeten zijn aan de behoefte van de leerling aan relatie, autonomie en competentie. Soms zit dat in kleine dingen. Kritiek van een leerkracht wordt soms in het bijzijn van de hele klas geuit (niet voor niets; je hoopt als leerkracht dat het dan beter ‘aankomt’). Het tegendeel is waar. Waar complimenten vaak juist wel in het bijzijn van anderen effectief zijn, is kritiek veel effectiever als je de leerling individueel aanspreekt. Je houdt daarmee de mogelijkheid open dat de leerling nog iets kan doen met die kritiek, voordat alle leerlingen hun beeld hebben bepaald.

Een goede straf  voldoet aan de eis dat de basisbehoeften van de leerling vervuld blijven:

Relatie: Spreek de leerling individueel aan, en op zo’n manier dat de relatie niet verbroken is. Je laat zien dat het je om het gedrag gaat, en niet om de persoon. Je helpt hem of haar de fout te herstellen.

Autonomie: Zorg ervoor dat de leerling zelf mede-eigenaar wordt van het probleem. En van het vinden van een oplossing, het maken van een plan, en het uitvoeren van dat plan.

Competentie: Ga er vanuit dat de leerling zelf met een goede oplossing komt en die ook uitvoert. Laat je waardering blijken als dat lukt.

Straffen werken pas echt als de dader de straf als zinvol ervaart. Dat gebeurt vaak pas als de leerling mede-eigenaar wordt van het probleem. De leerkracht moet dus eerst alle tijd en energie steken in die eerste fase: ervoor zorgen dat het probleem niet langer louter van de leerkracht is, maar ook het probleem van de leerling. Daarna kun je de vraag stellen: “Wil je er iets aan doen?” En als hij of zij ‘ja’ zegt, kun je vervolgens vragen: “En hoe denk je het op te lossen?” De ‘straf’ zal dan in het licht komen te staan van ‘herstellen’: soms daadwerkelijk de (fysieke) schade herstellen, soms het vertrouwen weer winnen, enzovoort.

Groepsstraffen

Kinderen zijn heel gevoelig voor onterecht straffen. Straffen voor de hele groep treffen vaak ook kinderen die juist hun best hebben gedaan. Dat is wel zeer onrechtvaardig. Hierdoor creëer je als leerkracht een hele negatieve sfeer bij alle kinderen. Het is een soort chantagemiddel: de groep zal de dader wel dwingen.

Op zich is dat wel wat je wilt: je wilt dat positieve krachten in de groep de negatieve krachten corrigeren. Maar als je wil dat de groep zichzelf corrigeert, dan moet je daar eerst heel intensief aan werken. Kinderen moeten dan eerst leren hoe je elkaar op een positieve manier corrigeert. En je zult als leerkracht heel expliciet duidelijk moeten maken dat je dat wenselijk acht: dat je het op prijs stelt als kinderen elkaar corrigeren. Dat dat iets anders is dan ‘klikken’, of bemoeizucht, maar dat je elkaar op die manier kunt helpen om de sfeer in de klas leuker te maken. Door dat nadrukkelijk te benoemen creëer je een klimaat in de klas dat het gewoon wordt dat kinderen elkaar corrigeren.

Uitleggen van maatregelen of straffen

Leerlingen moeten begrijpen waarom iets niet mag. Vaak wordt maar de helft uitgelegd. Als een leerling een afspraak als zinvol ervaart, houdt hij of zij zich er veel makkelijker aan. Vaak neem je als leerkracht de moeite niet om een regel of een bepaald besluit uit te leggen. Soms vind je dat ‘ze dat maar moeten snappen’. Maar de realiteit is dat kinderen veel niet snappen; dat ze zich niet (kunnen) verplaatsen in het standpunt van een leerkracht. Geduldig (opnieuw) uitleggen waarom je iets wilt, helpt vaak enorm.